AANDACHT – INSPIREREN

Op deze pagina vind je hieronder een Long Read rond het thema aandacht. Je hoort het misschien wel eens zeggen, we leven in een aandachtseconomie. Maar wat betekent dat nu precies? En wat betekent het voor ons? De long read maar ook alle onderliggende pagina’s en eigenlijk dit hele platform valt onder Creative Commons, maar de afbeeldingen, verwijzingen, clips en video’s niet altijd. Het is dus belangrijk dat u zich daar zelf van op de hoogte stelt, als je materiaal wilt gebruiken. Bij twijfel, check de website van creative commons.

Deze longread behandelt de volgende 4 onderwerpen:

  1. Wat zijn handelaren in aandacht (geschiedenis – heden – toekomst)?
  2. Is het erg dat er handelaren in aandacht zijn en zo ja, waarom dan? Wat zijn hun trucs?
  3. Waarom zijn onze apps zo goed in het trekken van onze aandacht?
  4. Wat heeft dat voor impact voor ons?
  5. Wat kun je eraan doen? Op welke manier kom je weer in balans?

De bijbehorende PowerPoint vind je hier.

(1) Wat zijn handelaren in aandacht (geschiedenis – heden – toekomst)?

Timothy Wu schreef een boek met de titel The Attention Merchants (link naar boek). Dat boek, dat ook nog eens prettig geschreven is, vertelt alles wat je maar wilt weten over handelaren in aandacht. Hieronder vat ik zijn belangrijkste inzichten samen.

Om te beginnen, is het goed om er bewust van te zijn dat ‘het advertentiemodel’ niet altijd heeft bestaan. Lang, lang geleden werden er kranten verkocht zonder advertenties. Die waren best duur. Op een dag, echter, was er een man met naam Benjamin Day, die het briljante idee had om kranten te gaan verkopen die veel goedkoper waren. Ze stonden vol met verhalen over moord en doodslag en sex én er was ruimte voor advertenties. Benjamin Day greep op die manier onze aandacht, en verkocht die aan iemand anders. Hij was de eerste handelaar in aandacht. Benjamin Day was ontzettend succesvol.

Daarna volgde radio, TV en natuurlijk het internet. En dat is niet het einde, want het handelaren in aandacht – model verkent steeds nieuwe mogelijkheden. Bijvoorbeeld ‘gratis’ transport waarbij de passagier wel moet kijken naar advertenties (Über & Vugo – link naar Vugo website) of ‘gratis’ onderwijs waarbij de kinderen (nog lekker jong en beïnvloedbaar) blootgesteld worden aan reclameboodschappen, zoals we zien bij de Education Funding Partners (link naar website) of – een doorkijkje naar de toekomst – de parodie in The Netflix Serie Maniac waar je een zogenaamd Add Buddy kunt bestellen (iemand die je eten betaald, maar je moet wel naar zijn/haar commerciële boodschappen luisteren).

Het is belangrijk om een helder onderscheid te maken tussen het verdienmodel van de handelaar in aandacht én andere partijen die ook jouw aandacht willen! Bijvoorbeeld, Facebook is een handelaar in aandacht. Ze bieden een product ‘gratis’ aan en jouw aandacht wordt vervolgens verkocht aan iemand anders (meestal iemand die iets wil verkopen). Netflix wil ook jouw aandacht, maar is geen handelaar in aandacht. Je betaalt immers een vast bedrag per maand, en daarvoor krijg je films en series. De lijn is overigens niet altijd zwart – wit. Immers wanneer je betaalt voor de bioscoop of een betaalzender, krijg je toch reclames. En misschien doet Netflix ook wel aan product placement. Ze roken wel altijd verdacht veel op die zender.

Apple, bijvoorbeeld, is grotendeels geen handelaar in aandacht. Ze verkopen mooie apparaten. Google’s Android is dat juist wel. Goed om te weten als je een telefoon koopt, of wil investeren. Het is niet voor niets dat Apple dik inzet op privacy.

(2) Is het erg dat er handelaren in aandacht zijn en zo ja, waarom dan? Wat zijn hun trucs?

Onze aandacht is beperkt. We hebben maximaal 24 uur aandacht ter beschikking. En dat is alleen als we niet slapen. Echter, er is steeds meer informatie, er zijn steeds meer organisaties die onze aandacht willen en dus woedt er een strijd om onze aandacht. Dat heeft een aantal nadelen, die we hieronder opsommen en behandelen. Door ze door te lezen, leer je ook over de trucs.

De race naar beneden
We zagen het al bij Benjamin Day. Die stopte zijn kranten vol agressieve, sexbeluste wezens omdat hij wist dat dat de aandacht trok. We zagen het op de (shock)radio en op de TV. Steeds is er een race naar beneden, alhoewel die ook weer lijkt te stoppen, omdat mensen verzadigd raken. Jerry Springer met zijn kung fu – hilbillies is wel een beetje uit. Op internet zie hetzelfde. Internet, u gelooft misschien niet, werd toch ooit echt gezien als een plaats waar mensen meningen konden uitwisselen en met elkaar konden leren. Inmiddels is het een plaats vol clickbait en katten die op Hitler lijken.

Dat heeft soms hele serieuze gevolgen. Stel je bent gebiologeerd door black-on-white-crime en je gaat daar op Googlen, dan krijg je niet officiële statistieken te zien maar opruiende sites, als gevolg van de manier waarop de algoritmes werken. Dit bevestigt je in je beeld, en dat heeft soms hele echte, tragische gevolgen in de echte wereld. Het is niet de bedoeling van Google, maar het gevolg van het optimaliseren om aandacht vast te houden en dingen te verkopen. Een ander beroemd voorbeeld is dat – toen Obama president was – zoeken in Google Maps op ‘Nigger King’ leidde tot het Witte Huis.

Polarisatie
Handelaren in aandacht moeten jouw aandacht vasthouden. De eerste truc, zagen we al hierboven, is om je berichten voor te schotelen die net iets hoger in je emotie zitten. Net iets scherper, net iets sensationeler is. YouTube is daar geweldig in. 70% van de 5 miljard video’s die elke dag op YouTube bekeken worden, zijn recommended video’s. Aanbevolen video’s. Daar klikken we dus heel graag op, juist omdat die video’s net iets spectaculairder zijn dan de vorige. Kijk je maanlandingen, dan krijg je Ufo’s. Kijk je naar video’s van diëten, dan krijg je video’s van anorexia en ga zo maar door. In principe werken platformen als Facebook en veel online media hetzelfde. Op die manier wordt de wereld net iets minder genuanceerd.

Een tweede manier om je aandacht vast te houden, is om je berichten te geven die je bevestigen in je mening. De zogenaamde Filter Bubbel. Of echokamer. Dat is een term bedacht door Eli Pariser en het betekent dat je geprofileerd wordt en steeds berichten ziet uit je eigen kring. Ook geen goede manier om polarisatie tegen te gaan. Aan de andere kant zijn er voldoende onderzoeken, die aangeven dat dit ook al speelde tijdens de verzuiling en dat mensen online, ondanks de filterbubbels misschien toch wel meer verschillende meningen mee krijgen dan vroeger.

What you See is All There Is?
Als vroeger een buschauffeur in Lemmer op zijn bek geslagen werd, dan wisten wij daar niets van. Het stond misschien in de Lemmersche Courant, maar wij wisten van niets. Nu krijg je binnen no-time het filmpje (via Dumpert) binnen op je social media kanalen. Je klikt, je kijkt, en je denkt, wat wordt de wereld toch hufterig! Ondanks dat je zelf eigenlijk nooit iets hufterigs meemaakt. Dit symptoom heet, what you see is all there is, en is bedacht door Daniel Kahneman. Simpel gezegd. Als jij veel hoort over haai – aanvallen, wordt de kans op een haai-aanval niet groter, maar de kans dat je redelijk ongemakkelijk rondzwemt, die wordt wel groter!

A-moreel
De handelaar in aandacht heeft maar één Kritische Performance Indicator en dat is ‘Time Spent’. Hoeveel tijd brengen mensen door in hun app/op hun website/op hun platform. Dat getal moet omhoog. Het maakt niet uit hoe. Je ziet daarom ook websites die precies uitzoeken (middels onmiddellijke feedback) op welke ‘headers’ van artikelen wel of niet geklikt wordt en besluiten op basis daarvan of ze het artikel verder doorzetten en/of hoe toekomstige headers eruit moet zien. De inhoud van het artikel is al lang niet meer bepalend.

De essentie is dat als je te maken hebt met een handelaar in aandacht dat niet JOU waarden centraal staan, maar de waarden van de handelaar. Simpel gezegd, een gratis transportservice waar je reclameboodschappen krijgt, heeft er geen belang bij dat jij zo snel mogelijk van A naar B gaat. Een website als YouTube (link naar column) wil dat je zoveel mogelijk tijd doorbrengt op YouTube, ook als dat betekent dat ze je moeten verleiden met filmpjes die je eigenlijk niet wil zien.

De laatste tijd staan bovenstaande uitgangspunten in het maatschappelijke debat wel erg onder druk.

Spioneren
Soms ga je naar een website en voor je de content te zien krijgt, worden er tientallen MB’s aan spionagesoftware geladen. Als jij naar een website kijkt, of naar een app, dan kijkt die website of die app ook naar jou.

Stel, je keek een paar jaar geleden naar de Formule Eén. Dan werd de uitzending elke zoveel minuten onderbroken door reclame. De auto’s verschoven dan naar een klein kader in de linkerbovenhoek en op het grote scherm verschenen reclames. Kijkers vonden dat mega – irritant. Maar, zo beweerden de zenderbazen, op deze manier hielden ze de Formule Eén gratis. Dat was natuurlijk niet helemaal waar, want de advertenties werden betaald door bedrijven en die versleutelden de kosten weer in hun producten. Dus je betaalde wel, alleen ergens anders. Tenzij je natuurlijk met een opschrijfboekje alle producten bijhield, en juist die niet kocht. Dan was het echt gratis. Formule Eén reclame was best populair omdat je een idee had WIE er naar de sport keek, maar het bleef een beetje schieten met hagel. Je liet reclames zien, wist dat het voor de meeste mensen niet van toepassing was, en hoopte op een effect bij die groep die wel geïnteresseerd was.

Moderne technologie heeft dat helemaal veranderd. Social Media bedrijven kennen jou. Daarom weten ze wat je voorkeuren zijn, waar je geweest bent, waar je naar kijkt, luistert en waar je naartoe gaat. Op die manier kunnen ze veel gerichter jouw aandacht verkopen aan bedrijven. Google weet wat je zoekt, op het moment dat je het zoekt en kan je op dat moment advertenties aanbieden. Dus niet iemand die van Harley Davidsons houdt (zoals Facebook), maar iemand die ‘Harley Davidson Kopen’ intypt in Google. Als dat geen geld waard is. En, jawel, het is geld waard, kijk maar hoe rijk Facebook, Google en de andere handelaren in aandacht zijn geworden.

Eigenlijk is de aanduiding Handelaar in Aandacht een te weinig omvattend begrip voor de moderne technologie – bedrijven. Misschien is spionagekapitalisten een betere aanduiding. Moderne technologiebedrijven bespioneren mensen, zetten dat om in data, en zetten die data om in voorspellingen. Die voorspellingen verkopen ze aan bedrijven. Hun echte klanten. Ze verkopen zekerheid. In de toekomst wordt dat erger, want dan kunnen ze niet alleen voorspellen wat je gaat kopen, maar meer en meer bepalen wat je gaat kopen. En ze hoeven je aandacht niet meer te trekken, want ze zullen overal zijn. Lees hier de long read over spionagekapitalisme.

Overigens als iemand dus nog een keer zegt: wanneer een product gratis is, dan ben jij het product, dan weet je dat dat niet klopt. Zekerheid is het product, jij (wij) bent de grondstof.

Aan de andere kant, en onder het motto, blijf twijfelen, misschien werken advertenties wel helemaal niet. Lees daarvoor dit artikel op de Correspondent.

Controle en Onzekerheid
Handelaren in aandacht weten dat inspelen op onze natuurlijke behoefte aan controle en onzekerheid bijdragen aan het vangen van de aandacht. Daarom heb je overal cijfertjes (likes, volgers, retweets, etc…). Daarom zie je die twee blauwe vinkjes. Daarom is het zo gemakkelijk om te vergelijken. Mensen worden onzeker van vergelijken, en social media is natuurlijk de grote vergelijkingsmachine! Daarom kun je overal filters toepassen en vinden mensen het vaak fijner om te appen dan om te praten (controle!). De handelaren in aandacht duwen je aan de éne kant in de comfortabele zetel van de controle en maken je aan de andere kant onzeker, om aandacht vast te houden.

Afhankelijkheid
Ten slotte word je afhankelijk gemaakt van de gratis producten en wanneer je er dan later achterkomt, dat bijvoorbeeld Google je mails leest, dan is de drempel enorm om er nog vanaf te stappen. Wij zijn immers van nature gemakzuchtig. Overal verschijnen nu de Google Homes in huis, wanneer straks blijkt dat deze apparaten spioneren, zul je merken dat we dat vervelend vinden, maar praten in plaats van typen is wel heel makkelijk.

Wat is de kern?
De kern is – uiteindelijk – dat bij het ontwerp van de technologie niet jouw waarden centraal staan, maar de waarden van het technologiebedrijf. Dat betekent, bijvoorbeeld, dat als in de toekomst vervoer gratis wordt, je dan waarschijnlijk advertenties in de taxi’s zal zien, en de auto’s met een omweg van A naar B rijden (zoals we al eerder beweerden). Het betekent ook dat als technologiebedrijven (zoals Facebook) praten over hun problemen, dat het dan niet hun problemen zijn. Het zijn symptomen. Neem Facebook: Cambridge Analytics, Privacy, Opruiïng, Extremisme, Filter Bubbels, Verkiezingsbeïnvloeding. Het zijn allemaal symptomen van het echte probleem: het businessmodel van de handelaar in aandacht. En het betekent dat als Facebook praat over privacy, dan moet je dat zien zoals de maffia praat over beveiliging. De maffia kan je tegen iedereen beveiligen. Behalve tegen de maffia zelf.

Is er een oplossing?
Niet meteen. Je zou kunnen zeggen dat we moeten gaan betalen voor onze technologie en dat we dan technologie moeten eisen die onze waarden centraal stelt. Echter, de handelaren in aandacht zullen dat niet snel doen. Stel dat we een tientje per maand betalen voor alle diensten van Google, dan weet Google dat onze data veel meer waard is. Jaron Lanier beweert in deze video zelfs dat wij DIK en DIK betaald zouden moeten worden voor onze data. En technologie gaat dat ook mogelijk maken (volgens hem!).

Andere oplossingen die complex zijn maar wellicht dichterbij liggen zijn:

  1. Regulering. Je hoort vaak zeggen dat regulering innovatie tegenwerkt. Niets is minder waar. Goede regulering is juist een motor voor innovatie. Je breekt namelijk het netwerk-effect. Dankzij de GDPR komen er allerlei nieuwe startups met Privacy bij Design in hun DNA;
  2. Technologische competitie. Als er problemen zijn die veroorzaakt worden met technologie, kun je ze – wellicht – ook weer oplossen met technologie. Een mooi voorbeeld is Ad Blocker Plus. Deze applicatie is zo populair, dat het handelaren in aandacht dwingt opnieuw na te denken over hun businessmodel.

Is het allemaal slecht?
Zeker niet. Het model van de handelaar in aandacht heeft ook voordelen:

  1. Je krijgt mooie producten, gratis, die vaak ook écht handig zijn! Of vindt u nog de weg zonder Google Maps?
  2. Uit de as verrijst soms een Phoenix. HBO en Netflix hebben geprofiteerd van de rotzooi die gratis televisie in Amerika was geworden. Hetzelfde kan gelden voor bijvoorbeeld journalistiek, we zien het al een beetje met initiatieven van De Correspondent;

(3) Waarom zijn apps zo goed in het trekken van aandacht?

Het aantal (dodelijke) ongelukken in het verkeer stijgt sinds 2015 weer (link naar artikel Volkskrant). Maar misschien is ongelukken niet het goede woord want steeds meer signalen wijzen op de relatie tussen het aantal ongelukken en het gebruik van smartphones in het verkeer. Het is in ieder geval zo dat het echt heel gevaarlijk is om tijdens het autorijden te appen (link naar onderzoek SWOV). De ANWB, VVN en de overheid denken hard na over (nieuwe) maatregelen die gebruik in het verkeer verbieden en/of strenger gaan handhaven. Appen op de fiets is inmiddels ook verboden. Maar is dat niet symptoombestrijding? Is niet het werkelijke probleem dát we onze apps niet kunnen weerstaan? Zelfs niet wanneer we fietsen door druk verkeer of met 130 kilometer op een drukke snelweg rijden? En we zijn hardleers, sterker nog na een ernstig ongeluk is het een groot probleem dat in de kijkersfile massaal foto’s worden gemaakt (link artikel Brabants Dagblad).

Het is géén toeval. In de vorige twee paragrafen hebben we gelezen dat de hedendaagse handelaren in aandacht geld verdienen door jouw aandacht te grijpen. En mensen zitten steeds vaker op hun mobiel en 90% van de tijd zitten ze in een App. Dat betekent dat niet de beste app wint, maar de app die het meest onweerstaanbaar is. Maar wat maakt de apps nu zo onweerstaanbaar?

Eerst maar wat cijfers. De eerste smartphone-voor-de-massa was de iPhone en werd geïntroduceerd door Steve Jobs in 2007. In 2008 kwam de iPhone naar Nederland en vanaf 2011 heeft meer dan 50% van de Nederlanders boven de 13 een smartphone. In 2017 is dat 92% en uit de meeste onderzoeken blijkt dat ‘we’ onze telefoon ergens tussen de 80 en 120 keer per dag checken en tussen de 90 en 160 minuten per dag.  En dat zijn gemiddelden. Het is onmiskenbaar dat we steeds vaker op onze telefoons kijken. Hieronder een voorbeeld van Deloitte uit 2016:

Er is best veel te doen over de cijfers maar wat in ieder geval duidelijk is dat ‘we’ de smartphone massaal, altijd en overal gebruiken. Het is daadwerkelijk een verandering van epische omvang. Ook laten onderzoeken zien, zoals gezegd, dat we 90% van de tijd dat we doorbrengen op onze smartphone ‘in een app zitten’. Vandaar dat we ook praten over onze relatie met onze apps.

Dit is van groot belang. Er is een duidelijk verschil tussen onze smartphone (mooi apparaat, wie  kan nog zonder) en een beperkt aantal verslavende apps (voor sommige problematisch). Als je die twee op een hoop gooit, heb je een probleem in de discussie. Een week / een jaar zonder mijn smartphone klinkt een stuk sexier dan een week/een jaar zonder een paar verslavende apps op mijn smartphone, maar het is onzin. De problematiek ligt écht bij een paar verslavende apps. Hieronder zullen we best een aantal keer het woord telefoon gebruiken, maar dat is alleen maar omdat ‘die paar verslavende apps op je telefoon’ teveel typen is.

Meestal is dat er één van Facebook (Facebook messenger, WhatsApp of Instagram), maar het kan ook een game zijn of een browser, of Google of YouTube of Snapchat. Of whatever. Maar, nogmaals de vraag, wat maakt die apps nu zo onweerstaanbaar?

De Technologie Industrie kent het antwoord op die vraag en maakt daar geen geheim van. De apps zijn ontworpen om onze gewoontes te vormen. En ja, dat is een eufemisme voor verslaving. Hét standaardwerk is het boek Hooked van Nir Eyal (link boek, Bol.com, 14,99). De essentie van het boek staat in de video hieronder.

Ben je meer van de tekst dan van een video. Dan leg ik het hieronder nog even uit.

Als eerste is het belangrijk om te begrijpen dat we heel veel doen uit gewoonte. Dat betekent dat het belangrijk is voor een app om te proberen om om onze gewoontes te vormen. Ken je dat, dat wanneer je in een restaurant zit en je partner gaat even naar de WC, dat je dan meteen je smartphone grijpt? Dat zijn dus jouw gewoontes, die gevormd zijn door de technologiebedrijven met het boek van Nir Eyal in de hand. Je hoeft je met andere woorden geen zorgen te maken dat je telefoon of je computer wordt gehackt, je moet je zorgen maken dat je zelf wordt gehackt. Maar waarschijnlijk ben je dat al. Je kunt er wel voor kiezen om je telefoon niet te pakken, maar kun je er nog voor kiezen om je telefoon niet te willen pakken. Daarom is het zo belangrijk om te weten hoe dat werkt.

Hét model voor gewoontevorming heet The Hook en begint met een Trigger (bijvoorbeeld, je bent getagd in Facebook, je hebt een nieuw bericht, mail, er is een nieuwe melding). Deze externe triggers worden gekoppeld aan interne trigger. De meest effectieve is Angst. Bijvoorbeeld:

Ik ben bang dat ik iets mis (Fear-Of-Missing-Out – FOMO) -> ik check mijn WhatsAppgroepen;
Ik ben bang om alleen te zijn -> ik ga naar Facebook
Ik ben bang om me te vervelen -> ik ga naar YouTube
Ik ben bang dat ik het niet weet -> ik Google het

Daarna volgt de Action. Deze moet zo eenvoudig mogelijk zijn. Pak die telefoon, klik, tik, swipe. Klaar. Klassiek onderzoek (Check hier het gedragsmodel van Fogg) toont aan dat gedrag altijd wordt opgeroepen door een drie zaken. Motivatie, gemak en een trigger. Dát is hét grote verschil dat de mobiele telefoon heeft gemaakt. Het is gemakkelijker geworden. Mensen zijn dus niet gemotiveerder om iets te doen, nee ze doen het omdat het gemakkelijker is. Misschien is het ook wel daarom dat vrijwel niemand dit gevoel herkent: ik voelde me SHIT, toen heb ik een uurtje gefacebooked en nu voel ik me weer beter. Vrijwel niemand!

Dan het hart, de Reward. Deze moet als eerste onbekend zijn, want een onbekende beloning stimuleert ons nog meer dan het kennen van de beloning. Vervolgens moet het een variabele beloning (link Wikipedia) zijn. De gedragswetenschapper Skinner liet al zien dat als je ratten eten geeft als ze op een hendel drukken, dan drukken ze alleen op die hendel als ze honger hebben. Maar als je ze soms eten geeft, soms niets, soms een beetje, soms veel, dan blijven ze drukken. Dan raken ze verslaafd. Dat werkt ook zo voor ons. Variabele beloningen zijn onweerstaanbaar. En een smartphone is een ‘variabele beloning machine’.  Soms geen berichten, soms veel. Soms leuke berichten, soms minder leuke berichten. En zo raken onze gewoontes verder gevormd.

Overigens werkt dit hetzelfde bij één van de grootste industrieën ter wereld, die van de gokautomaten. Natasha Dow Schul beschrijft in haar standaardwerk Addiction by Design (link boek Bol.com, 22,99) precies hoe de principes ,die we kennen van op software gebaseerde fruitautomaten ook toegepast worden op apps. Gokkers spelen niet op deze automaten om geld te verdienen (want ze weten ook wel dat ze geld verliezen) maar omdat ze in ‘The Zone’ willen komen. Een relatie met hun technologie waarin de buitenwereld verdwijnt. Hetzelfde zie je gebeuren met mensen die hun smartphone grijpen. Het is dan ook geen toeval dat de beweging waarmee je je timeline ververst lijkt op het overhalen van de éénarmige bandiet. Overigens kunnen die apps natuurlijk prima zichzelf verversen, maar dat doen ze niet. Net zoals je nog steeds op de knoppen moet duwen van de gokautomaat. Omdat dat bijdraagt aan je gewoontevorming.

Tenslotte de Investment. Kijk, als je een nieuwe auto koopt, wordt ie langzaam minder waard. Die nieuwe geur vervliegt, je raakt er aan gewend en knopjes breken af. Echter, met informatie gebeurt precies het tegenovergestelde. Als je meer followers hebt, of meer content in je app stopt stopt of meer ‘vrienden’ hebt, dan wordt het moeilijker om de producten te verlaten. En krijg je weer meer triggers.

Misschien vraag je je op dit punt af waarom de technologiebedrijven hun apps op deze manier ontwerpen. Dat komt omdat technologiebedrijven meestal handelaren in aandacht zijn. Hun bedrijfsmodel is simpel. Ze willen jouw aandacht en verkopen die weer aan iemand anders, meestal bedrijven die je advertenties willen tonen. Of, om met Mark Zuckerberg te spreken, kom op Facebook, maak nieuwe vrienden, dan verkoop ik je data aan mensen die niet je vrienden zijn. Kortom, de belangrijkste Kritische Performance Indicator is Time Spent. De tijd die jij doorbrengt op hun platform. En ze weten dus ook dat niet de beste app wint, maar de meest verslavende. Onthoud, ‘jouw’ apps zijn ontworpen met de waarden van het technologiebedrijf centraal. Niet met jouw waarden centraal.

Even tussendoor, een vraagje, ze worden ontworpen voor verslaving, maar zijn we eigenlijk écht verslaafd aan onze apps?
(vind je dit niet interessant, sla het dan over, iets verderop gaat de long read verder over het probleem. Wil je meer weten over verslaving, dan raad ik dit artikel aan.

Het is in ieder geval zo dat de opkomst van de smartphone ons dwingt  om op een héél andere manier na te denken over internetverslaving. Oude manieren om over internetverslaving na te denken, volstaan niet meer in een wereld waarin we altijd online zijn en gemiddeld 100 keer per dag onze smartphone checken. De verslavingszorg heeft wat dat betreft nog heel wat te leren! Ik leg het uit.

Stel je vraagt je af of je verslaafd bent aan ‘het internet’. Wat doe je dan? Dan ga je naar het internet en vraag je aan Google: ‘Ben ik verslaafd aan het internet?’ Weet Google dat ook weer. Nou moet je weten dat je bij Google nooit precies weet wat voor antwoord je krijgt, dat ligt namelijk aan je profiel, maar ik kreeg als eerste een vragenlijstje van het Jellinek. Ze noemen dat zelf een signaleringstest. Ik heb het lijstje ingevuld, althans geprobeerd, en dat was een soort van retro – ervaring. Het lijstje gaat er namelijk van uit dat je soms op ‘het internet’ zit en soms niet. Alsof het internet exclusief iets is wat zich afspeelt achter een computer op een kamer met de deur dicht. Ik kreeg bijvoorbeeld vragen als onderstaande:

Hoe vaak kies je voor internet in plaats van uitgaan?

Vreemd. En wat nu als ik gewoon, net zoals iedereen, uitga met anderen én online ben? Bier drinken én appen? Wat moet ik dan invullen? Met pijn en moeite heb ik me door dit soort vragen heen geworsteld en het resultaat was dat ik verslaafd ben aan het internet.

Nou ja, volgens het internet dus.

Ook andere verslavingsklinieken bedienen zich van dit soort ouderwetse vragenlijsten en test. En het wordt nog erger (link naar site Jellinek). Als je bijvoorbeeld op de site van Jellinek de zoekterm ‘internet’ intypt dan lees je dat, niet gelogen, er in 2009 slechts 43 aanmeldingen waren en dat gezien het geringe aanmeldingen er van uit gegaan wordt dat het gedrag zichzelf corrigeert (bizarre link naar site Jellinek). Internetverslaving wordt dus niet gezien als een probleem. Echt waar! Verderop lezen we een briljante tip van Jellinek: spreek met jezelf af niet voor 22.00 uur te internetten en dan maar 1,5 uur.

Tsja.

Maar dit was begin 2019, misschien is het nu beter.

De mensen van Jellinek zijn in ieder geval niet verslaafd aan ‘het internet.’ Althans niet als het gaat om het updaten van hun website. Het onbedoelde kijkje in het verleden van Jellinek laat precies de twee problemen van het denken over internetverslaving zien. Als eerste wordt internetverslaving bewust of onbewust ingedeeld bij de destructieveverslavingen. Verslavingen die normaal functioneren vernietigen. Net zoals verslavingen aan alcohol, gamen, gokken, seks of drugs. Verslavingen waar je lichamelijk aan onder door gaat of waarvan je gekke dingen gaat doen omdat je geld op is of waarbij je je werk, familie of school verwaarloost. Maar een verslaving aan het internet is dankzij de smartphone een heel ander fenomeen. In ons mobile-first tijdperk kun je obsessief appgedrag moeiteloos combineren met de rest van je leven.

Als er nog een rest is.

Je kunt prima naar school of naar je werk gaan, naar de kroeg, het restaurant, op vakantie en toch zowat de hele tijd op internet zitten. Sterker nog, hele volksstammen doen dat. En dat allemaal onbeperkt voor 25 euro per maand. Niet omdat het moet, maar omdat het kan, om met Tele2 te spreken. Nu kun je natuurlijk redeneren: als het niet destructief is, dan is het ook geen groot probleem. Als je obsessief kunt appen en toch nog gewoon kunt functioneren, dan moet je dat lekker doen. Maar is dat wel zo?

Dat brengt ons bij het tweede probleem. De huidige vragenlijsten en signaleringstesten zijn niet goed genoeg om vast te stellen of de verslaving een probleem is. De verslavingszorg heeft betere tests nodig, en ik adviseer ze om te kijken naar de tests die ze nu al hebben voor verslavingen aan tabak. Immers een verslaving aan roken is ook zo’n fenomeen dat op korte termijn weinig kwaad kan, maar op langere termijn best wel eens allesvernietigend kan zijn.

Ik heb de rooktest van het Jellinek er bij gepakt, en daar kreeg ik dit soort vragen:

  • Hoeveel sigaretten rook je per dag?
  • Na hoeveel minuten steek je een nieuwe sigaret op?
  • Is roken het eerste wat je doet als je wakker wordt?

Prima test. Mijn advies aan Jellinek en al die andere instellingen: vervang roken gewoon door appen, rommel wat met de getallen en je hebt meteen een heel goede signaleringstest. Dat hebben wij dan weer nodig om heel anders over verslaving en apps te kunnen denken.

Wat verder belangrijk is:

  • Met de opkomst van de mobiele telefoon het veel gemakkelijker is geworden om online te gaan en daarmee er meer mensen ‘verslaafd’ zijn aan internet (gelegenheid maakt de dief);
  • Het geen goed teken is dat er een woord is voor de angst om je mobiele telefoon kwijt te raken: Nomofobie (No More Mobile Phone Phobia);
  • En dat het fenomeen, de fantoomtrilling, ook geen goed teken is. Een fantoomtrilling is is een vibratie die gevoeld wordt, terwijl je de smartphone niet bij hebt of als je hem voelt trillen, terwijl dat toch echt niet het geval is.

(4) Wat zijn de gevolgen voor ons? 

Om te beginnen is het ontzettend opvallend dat we onze telefoons massaal gebruiken maar dat de onderzoeken naar de gevolgen vaak klein zijn. Dat zijn geen onderzoeken, dat zijn anekdotes, zou mijn ex-leraar roepen. De technologiebedrijven geven weinig data prijs en de smartphones zijn er nog te kort om goed onderzocht te zijn. Hoe verslavend zijn ze? Hoe moeilijk is het om te stoppen? Wat we wel weten, is dat heel veel mensen van zichzelf zeggen dat ze verslaafd zijn én dat we die dingen héél véél gebruiken.

Sherry Turkle (link naar MIT profiel), Professor Sociale Psychology bij MIT, doet al 30 jaar onderzoek naar de gevolgen van de digitale wereld op het menselijke gedrag. Zij gaat nog een niveau dieper om te verklaren waarom de apps zo onvoorstelbaar succesvol zijn. Zij ontdekte dat jonge mensen de voorkeur geven aan online communicatie omdat ze dat in staat stelt om controle te houden over de conversatie (tekstberichten kunnen worden ge-edit, selfies voorzien van een filter).  Ze stelde ook vast dat we geprogrammeerd zijn voor nieuwigheid, om afgeleid te worden. Daarnaast houden we als mensen van controle. We willen veel vrienden, maar de mate waarin we vrienden hebben controleren, appen is makkelijker dan praten, foto’s worden eerst voorzien van filters, en ga zo maar door.

Oké, we weten nu wat handelaren in aandacht zijn. We weten dat die handelaren de reden zijn dat we onze telefoon heel veel gebruiken. We weten dus ook waarom we dat doen. En we weten dat het moeilijk is om vast te stellen of we verslaafd zijn máár dat onze huidige denken over verslaving niet meer van toepassing is. Misschien denk je nu, nou en? Is dat erg dan,  je smartphone en je apps  veel gebruiken?

Laten we daar eens naar kijken.

Er zijn twee manieren om naar die vraag te kijken, fysiek en mentaal. We beginnen met fysiek. Er is een enorme lijst (link naar artikel natural living ideas) van fysieke aandoeningen gekoppeld aan het intensief gebruik van je smartphone en je apps. We sommen er zo maar een paar op, zonder je meteen bang te maken.

Misschien wel negatieve fysieke gevolgen  van het gebruik van verslavende apps op smartphones:
Rugklachten (tekstberichten sturen kan volgens een studie (link naar studie uit Medical Daily) uit 2014 oplopen tot 25 kilo druk op je rug);
Zenuwschade (link naar webmd) (alhoewel daar weinig bewijs van is)
Depressie (volgens steeds meer onderzoeken, zoals een onderzoek van Northwestern University (link naar onderzoek))
Stress (link naar everyday health) (denk nog maar eens aan de fantoomtrillingen);
Slecht slapen (een espresso is lang niet zo erg als het blauwe licht dat je gezicht verlicht. Zie ook dit Harvard – onderzoek (link naar onderzoek) naar de donkere kant van het blauwe licht!);
Bacteriën (jouw telefoon heeft 10 keer meer bacteriën dan een gemiddeld wc-bril volgens onderzoek van de Universiteit van Arizona (link naar onderzoek). Ons advies, niet aan het beeldscherm likken);
Verkrampte handen  (nog geen medische term, maar het komt eraan)
Slecht zien (link naar BBC artikel);

O ja, en dan natuurlijk nog al die ongelukken in het verkeer. Een onderzoek van de universiteit van Washington (artikel op injury prevention) laat zien dat Smombies (Smartphone Zombies – link naar onze taal) er 1.87 seconden langer over doen om een zebrapad over te steken én 4 keer vaker stoplichten en verkeerstekens negeren. Daar zijn oplossingen voor, zoals een experiment in Bodegraven met ledlicht in de stoep, maar dat is symptoombestrijding. Je moet voorkomen dat mensen een Smombie worden in plaats van Smombies proberen te redden. Toch?

Daarnaast zijn er ook de eerste onderzoeken die er op wijzen dat de hersenen van mensen veranderen.( link naar Journal of Psychiatry). Dat er allerlei overeenkomsten zijn tussen verslaving aan klassieke zaken (zoals sex, gokken, alcohol en drugs) en internet.

Misschien wel positieve fysieke gevolgen van het gebruik van verslavende apps op smartphones:
Dus, slecht? Ach, er zijn ook apps die je helpen om hard te lopen, die je personal trainer zijn, waarop je kunt bijhouden wat je eet, die je bloeddruk meten, je hartslag en ga zo maar door. Én er zijn apps die je naar buiten jagen om Pokemons te vangen. Daarnaast hebben we pas een jaar of tien smartphones waarvan pas 6 jaar intensief, dus echt heel veel onderzoek is er nog niet gedaan. Kortom, het zou mee kunnen vallen, maar het kan ook niet meevallen.

Misschien wel negatieve mentale gevolgen van het gebruik van verslavende apps op smartphones:
Naast de fysieke problemen, hebben we ook de geestelijke problemen. Van apps word je depressief. Of ongelukkig. Of dom. Of je wordt jaloers (link naar teen vogue) van je sociale media. Gelukkig ben je dat weer snel vergeten, want je hebt de spanningsboog van een goudvis (niet waar, hoor!). Je wordt eenzaam, onrustig, ongeconcentreerd, a-sociaal en ga zo maar door.

Alle bovenstaande beweringen zijn allemaal het resultaat van hele recente, soms niet (al) te wetenschappelijke onderzoeken. Het is allemaal nog heel erg nieuw en we hebben nog geen tijd gehad om goed onderzoek te doen naar de lange termijn effecten. Echter, er komen meer en meer indicaties dat het gebruik van smartphones/app/social voor veel mensen verslavend is en dat er veel fysieke en geestelijke negatieve effecten zijn.

Lees dit onrustbarende artikel (link naar The Atlantic) er maar eens op na.

Het is best ingewikkeld om te bepalen wat de impact is van smartphones en handelaren in aandacht op individuele personen. De één is er veel gevoeliger voor dan de ander én er zijn ook voldoende studies die laten zien dat we steeds gelukkiger worden. Het is ook ongelooflijk moeilijk om dingen los van elkaar te zien, de smartphone met zijn roep om aandacht, hoe belangrijk ook, is slechts een klein onderdeel van wat er allemaal om mensen heen gebeurd.

Daarom is het misschien beter om te kijken naar mensen als soort in plaats van naar individuen. Wat is de impact op ons als maatschappij. Jaron Lanier schreef daarover een boek (link naar boek) waarin hij tien redenen opsomt waarom je nu je social media accounts moet verwijderen. Hij isoleert het probleem naar het businessmodel van de handelaren in aandacht en laat zien wat dat betekent voor je gedrag, je vrije wil, je mening, de politiek, etc… In onderstaande TedTalk legt hij het kort nog een keer uit.

(5) Wat kun je eraan doen. Hoe kom je weer in balans
Oké, het lijkt er dus op dat de handelaren in aandacht, die samenkomen in onze apps lang niet altijd een goede invloed op ons hebben én het lijkt er op dat het minimaal verstandig is om na te denken over je relatie met je smartphone. Om op zoek te gaan naar een balans die bij past. Wat zijn dan de belangrijkste aanbevelingen die we kunnen doen.

A. Begrijp jezelf & je relatie met de handelaren in aandacht & apps: Lees een boek.
We zeiden het al eerder. Om een spel te spelen, moet je natuurlijk wel weten dát er een spel gespeeld wordt. Dat is stap één. Je bent al goed bezig door deze long read te lezen. We adviseren je om je te verdiepen in je relatie met je apps. Lees een artikel, lees een boek, praat erover met anderen, denk er over na. Het beste boek op dit gebied (want leuk en laagdrempelig en belangrijk) volgens technofilosofie.com, maar dat zal je niet verbazen, is Appen is het Nieuwe Roken. (link naar bol.com). We adviseren je om een echt boek te lezen, maar de e-pub (link naar download-pagina) is gratis.

B. Begrijp jezelf en je relatie met handelaren in aandacht & apps: Installeer een app
Daarnaast, en we geven het toe, het is ironisch, kun je een app downloaden om inzicht te krijgen in je gebruik. Er zijn meer en meer Apps (link naar 6 apps op inc.com) te verkrijgen die je helpen om je telefoonverslaving te bestrijden of inzicht te krijgen. Daarnaast krijg je tegenwoordig automatisch inzicht in je schermtijd op je iPhone of Android – telefoon. De apps kunnen echter meer. Sommigen blocken allerlei allerlei andere apps die je afleiden, andere apps houden het gebruik van je telefoon bij en maken je bewust van je gedrag. Uiteraard is het van belang om te controleren of de app geen Trojan Horse is. Niemand zit te wachten op een App die pretendeert te helpen en op de achtergrond je data doorspeelt aan bedrijven die belang hebben bij je verslaving. Dus, installeer eens Checky of Menthal of Moment (links naar deze apps) en wordt bewust van je gedrag of installeer Forest (link naar de app) een app waarbij je een bos kweekt door offline minuten te verzamelen.

C. Behandel je zelf in kleine stappen. Bepaal zelf waar je aandacht aan besteed!
Om te beginnen zijn er 4 simpele stappen, (link naar TimeWellSpent.io) die gewoontevorming door je telefoon tegen gaan. Lees ze! Maar als je denkt dat je je telefoon teveel gebruikt, probeer dan eens te ontslakken.  En je hoeft zeker niet meteen van alles naar niets. Probeer simpele stapjes:

  • Als je in de file rijdt, dwing jezelf niet op je smartphone te kijken;
  • Gooi de telefoon in je kofferbak in je rugtas;
  • Neem het ding een keer niet mee naar de kroeg of een etentje;
  • Neem het ding niet mee naar bed;
  • Ontbijt eerst, kijk daarna pas op je telefoon.
  • Leg ze in lockers op je werk, en ga zo maar door.

Je kunt vast zelf nog duizenden kleine stappen verzinnen. Alleen al het oefenen met deze kleine stappen gaat je helpen om meer bewust te worden van je relatie met je apps. Wil je echt investeren in kleine stappen, kijk dan op de website Tiny Habits van BJ Fogg.

D. Behandel jezelf in grote stappen
Er zijn ook grotere stappen te bedenken. Google maar eens even op digital detox en je vindt al snel speciale bootcamps waar je kunt afkicken van je digitale verslaving of resorts waar je helemaal offline bent. En let op, deze resorts zijn zeker geen hutjes ergens in de jungle, maar superluxe plaatsen waar echt hard gewerkt is om jou een offline ervaring te geven. Offline is de nieuwe luxe!

E. Vraag om betere technologie -> Stemmen doe je met je geld!
De verslaving aan technologie vertoont op vele fronten vergelijkingen met de verslaving aan slecht eten en roken. En langzaam vinden we daar oplossingen voor. Onder druk van consumenten is McDonalds salades gaan verkopen, is er meer en meer keuze voor organisch voedsel en langzaam is het roken aan banden gelegd. Er zijn briljante publicisten, waaronder ik zelf uiteraard, die een vergelijking trekken tussen ons gebruik van smartphones en het roken in de jaren zeventig. Het verschil is alleen dat de ontwikkelingen veel sneller gaan dan 40 jaar geleden. Kortom, wij als consumenten moeten technologie eisen DIE ONZE WAARDEN CENTRAAL STELT en niet de waarden van het technologiebedrijf. Oftewel, slimmere apps, de technologie is er al. Enkele voorbeelden

  • Een communicatie app die met zijn slimme sensor hoort dat je aan het eten bent (bestek, borden) en vervolgens alle binnenkomende berichten blokkeert, behalve hele urgente berichten (volgens een profiel dat jij hebt aangegeven);
  • Een smartphone die herkent dat je in de auto zit en vervolgens alle berichten blokkeert, behalve opnieuw de urgente berichten.
  • Een App die niet steeds voor je kinderen een nieuwe aflevering van SpongeBob afspeelt, tot in de eeuwigheid. Zeker niet als het 25 graden buiten is;

De techniek is er al lang, alleen wij moeten er om vragen. Het grote probleem is dan uiteraard het businessmodel van de handelaar in aandacht. Maar misschien kunnen we daar wat aan doen. Net zoals we wat meer betalen voor organisch eten, moeten we ook wat meer willen betalen voor apps die onze waarden centraal stellen. Een goed voorbeeld van deze beweging is Time Well Spent (link naar website) welke streeft naar ethische richtlijnen voor ontwerpers, en het ontwerp van applicaties die menselijke waarden centraal stellen en niet de waarden van het techbedrijf.

Als je nu denkt dat je technologie best goed werkt. Lees dan deze analyse (link naar medium.com). Wil je weten hoe technologiebedrijven jouw geest en jouw tijd gijzelen, lees dan deze fantastische analyse. Mijn favoriete inzichten:

  1. Technologie geeft je menu’s, dat suggereert keuzes maar wie bepaalt de menu’s?
  2. Het meest verkochte product in de supermarkt is melk en dus staat melk altijd achter in de supermarkt zodat je misschien iets anders koopt. Technologie werkt op dezelfde manier. Je kunt geen Facebook Event op zoeken zonder eerst door de Newsfeed te gaan of Tweeten zonder eerst de Twitterstream te zien.

F. Een andere omgeving -> Beleid
Beleid kun je laten maken door de overheid, maar het begint bij jezelf. En het is aan het gebeuren. Er zijn meer en meer initiatieven. Restaurants verbieden steeds vaker mobiele telefoons en in ieder geval het fotograferen van het eten (amateur foodporn). Ouders snappen steeds beter dat er offline spaces zijn (aan tafel, in de auto). En ik voorspel appvrije festivaltenten, appvrji coupés in de trein en kantoren en klaslokalen waar je niet kunt appen.

Daarnaast helpt beleid van de overheid. De kans is klein dat smartphones ooit gaan vallen onder de wet kansspelen, maar de overheid kan wel bijdragen aan een veranderende mindset, bijvoorbeeld door appen in het verkeer te verbieden, zoals nu al aan het gebeuren is.  Of eindelijk eens een keer leeftijdsgrenzen te hanteren. De minimale leeftijd van WhatsApp is écht 13 jaar. Dat zou een basisschool toch moeten controleren! Ik ben een groot voorstander van een appwet, al is het maar om de discussie aan te wakkeren. Daarnaast is er de GDPR, die ons laat nadenken over data.

G. Leer van de geschiedenis van het roken
Op dit artikel op Emerce zet ik uiteen wat we kunnen leren van de geschiedenis van het roken om beter om te gaan met onze apps. Je kunt natuurlijk ook het hele boek lezen.

Laatste update: 22-02-2020

                                                               (Foto’s: Ritzo Ten Cate – Caught in the App)