(BIG) DATA DENKEN

Op deze pagina staan een aantal oefeningen die je kunt doen om studenten aan het denken te zetten over (big) data Je kunt deze oefeningen doen nadat de studenten de informatie op INSPIREREN en ACHTERGROND tot zich hebben genomen of daarvoor, dat is aan jezelf.

Heb jij betere oefeningen, uit ervaring wat toe te voegen, laat het ons dan weten!

De oefening staat beschreven met eventueel extra materiaal om te downloaden.

Oefening 1. Is er een relatie of niet?
Geef van de volgende vier stellingen aan of deze relatie verzonnen is, of waar. En als de relatie waar is, waar zou het dan aan kunnen liggen? Studenten weten dat minimaal twee stellingen waar zijn, en zoeken naar een verklaring. O ja, Googlen mag niet! Denken, wel.

Mensen die verse venkel kopen, maken minder stuk in huis.
Antwoord. Klopt. In Amerika werden de databestanden van een verzekeraar en een supermarkt gekoppeld (daar mag dat). Men ontdekte dat mensen die graag thuis uitgebreid koken, ook een zorgvuldigere relatie hebben met hun huis. En de gemakkelijkste manier om mensen op te sporen die thuis uitgebreid koken, is om te selecteren op het ingrediënt verse venkel.

Wanneer het harder waait wordt er meer yoghurt verkocht.
Antwoord. Klopt. Echter, de reden is volstrekt onduidelijk. Inmiddels weten de yoghurt – fabrikanten dat en ze geven korting of promoten acties als het harder gaat waaien. Op die manier is er een self – fulfilling prophecy ontstaan en is de dataset inmiddels vervuild. Misschien was het toeval, misschien was er een reden, we zullen het waarschijnlijk nooit weten.

Hier komen nog 2 voorbeelden.